Financieel

Inkomstenbelasting – Saaaaai

“You have to learn the rules of the game. And then you have to play better than anyone else.” -Albert Einstein

Hoe saai het voor de meeste mensen ook is, het is goed om te snappen hoe het belastingstelsel in Nederland werkt. Dit om er zo goed mogelijk gebruik van te kunnen maken. In deze blogpost vertellen we zonder te veel in detail te treden hoe de inkomstenbelasting in elkaar steekt.

Inkomstenbelasting

Als je in Nederland woont of inkomsten uit Nederland hebt wordt er van je verwacht dat je inkomstenbelasting betaald. De hoogte van de inkomstenbelasting is afhankelijk van veel zaken zoals de hoogte van je inkomen, waar het inkomen vandaan komt, of je in aanmerking komt voor bepaalde aftrekposten en heffingskortingen. “Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker”.


In een eerdere blogpost hebben we al wat over een onderdeel van de inkomstenbelasting geschreven, namelijk over verhuur van huizen en de impact op het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (vermogensrendementsheffing). Deze inkomsten worden belast in Box 3. Maar welke boxen zijn er?

De verschillende boxen

In de inkomstenbelasting zijn de soorten inkomsten in drie boxen (categorieën) verdeeld.

  • box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning
  • box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
  • box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen

Voor elke box geldt een specifieke manier waarop de te betalen of ontvangen belasting wordt berekend.

Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning

Het inkomen waar belasting op wordt geheven = inkomsten – aftrekposten. Het inkomen in deze box komt onder andere uit:

  • winst uit onderneming
  • loon, uitkering of pensioen (bijtelling auto)
  • fooien en andere inkomsten
  • eigenwoningforfait

Ook zijn er bepaalde aftrekposten zoals:

  • reisaftrek openbaar vervoer
  • aftrekbare kosten van de eigen woning (bv. hypotheekrente aftrek en eenmalige financieringskosten)
  • persoonsgebonden aftrek, zoals:
    • alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen
    • uitgaven voor specifieke zorgkosten
    • studiekosten en andere scholingsuitgaven

In Box 1 ga naar verhouding meer belasting betalen als je inkomen hoger wordt. In de tabel hieronder is te zien dat van elke euro die je vanaf €68.508 verdient je de helft weer mag inleveren.

SchijfBelastbaar inkomen (2021)Percentage
1tot € 68.50837,10%
2vanaf € 68.50849,50%

Waar er in 2019 nog met vier schrijven werd gewerkt is dit vanaf 2020 teruggebracht naar twee. Wordt het misschien toch iets makkelijker?

Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang

In Box 2 wordt inkomstenbelasting geheven op het feit dat je aanmerkelijk belang hebt in een vennootschap of coöperatie (bijvoorbeeld een B.V. of Limited). Je hebt o.a. een aanmerkelijk belang als je 5% of meer aandelen in een bedrijf bezit. Zie de website van de Belastingdienst voor de volledige definitie.

De inkomsten, zoals winst bij verkoop van aandelen of het uitgekeerde dividend, worden in deze box belast. Over het belastbaar inkomen betaal je:

JaarPercentage
202126,90%
202026,25%
201925%

Mocht je ook salaris ontvangen uit het bedrijf waar je een aanmerkelijk belang in hebt, dan worden die inkomsten in Box 1 belast.

Box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen

In Box 3 betaal je belasting over je vermogen, ongeacht of je rendement maakt op dat vermogen zoals met de huidige spaarrentes. Het vermogen is de waarde van de bezittingen minus de schulden. (Bijvoorbeeld €15.000 spaargeld en €7.000 studieschuld (min drempel van €3200) komt uit op een vermogen van €11.200.)

Over een deel van je vermogen hoef je geen belasting te betalen. Dit is het heffingsvrij vermogen. In 2021 bedraagt het heffingsvrije vermogen € 50.000. Heb je een fiscaal partner dan wordt dit bedrag verdubbeld (logisch, je bent dan ook met zijn tweeën).

Heb je vermogen, zoals spaargeld, aandelen of een tweede woning? Dan hoef je de werkelijke inkomsten, bijvoorbeeld de rente op uw spaargeld, het dividend op uw aandelen of de huuropbrengst, niet aan te geven. Er wordt gerekend met een fictief rendement.

De Belastingdienst gaat er vanuit dat je een bepaald deel van je vermogen spaart, en een deel belegt. Dit hebben ze proberen te verduidelijken met onderstaande tabel.

In schijf 1 gaan ze er vanuit dat het meeste geld gespaard wordt, en 33% belegd. En de verhouding sparen vs. beleggen gaat naar 100% naar mate het vermogen groeit. Ook dit klinkt logisch.

Over het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen betaal je:

JaarPercentage
202131%
202030%
201930%

Voor de duidelijkheid, je betaald geen 31% op je vermogen, maar op het fictieve rendement op dat vermogen. Dus als je vermogen na aftrekposten en heffingen €100.000 is ziet de berekening er als volgt uit:

Over de eerste €50.000 vind de Belastingdienst dat je €948,90 aan inkomen hebt gehad, over de tweede €50.000 is dat €2.250,70 met een totaal belastbaar inkomen van €3.199,60. Over dit inkomen betaal je de 31% belasting: €991,88 (0,99% op €100.000).

De manier waarop deze belasting wordt berekend is logisch, al duurde het even voordat we de achterliggende berekening snapte.

Afbeelding van <a href="https://pixabay.com/nl/users/qimono-1962238/?utm_source=link-attribution&utm_medium=referral&utm_campaign=image&utm_content=3255118">Arek Socha</a> via <a href="https://pixabay.com/nl/?utm_source=link-attribution&utm_medium=referral&utm_campaign=image&utm_content=3255118">Pixabay</a>

Maar waarom?

Mocht je deze blogpost nog lezen…en jezelf de vraag stellen….leuk al die informatie…maar wat heb ik hieraan?

Door bepaalde regels toe te passen of andere keuzes te maken kan je de belastingdruk legaal verlagen. Nu zijn wij niet in staat om totaal te genieten van het Nederland als belastingparadijs, maar kunnen we zeker wat regels gebruiken.

Van elke extra euro boven de €68.507 mag je bijna de helft aan belasting betalen. Om de belastingdruk te verlagen kan je bepaalde activiteiten (zoals werk) beter in een BV uitvoeren en een deel van de winst als dividend uitkeren (Box 2) , of een deel van je tijd besteden aan je vastgoedinvesteringen die in het gunstigere Box 3 vallen (nog los van de voordelen van een passief inkomen).

Voorbeelden die toepasbaar zijn op onze situatie:

  • Auto van de zaak (kosten zijn zakelijk, wel bijtelling betalen)
  • Overwaarde opnemen (met behoud van Hypotheekrenteaftrek)
  • Fiscale Oudedagsreserve (boekwinst verlagen om de belasting op de winst uit te stellen)
  • Keuze werken in eenmanszaak vs. B.V.
  • Hypotheek keuze voor verhuur appartement (vermogen op papier verlagen)
  • Geld lenen aan een eigen onderneming (ter beschikking stellen van bezittingen)
  • Keuze beleggen voor pensioen in speciale pensioen producten of in Box 3
  • Meer tijd besteden aan opbouw van passieve inkomsten vs. meer facturabele uren maken

In komende blogposts zijn we van plan een aantal van de bovenstaande punten verder uit te werken, zodat de voor- en nadelen inzichtelijk zijn.

Tot de volgende!

Ruud en Melissa; de Kniepert en de Directie